Inktvinger: vijfkoppige SJB-jury vindt ‘Wil’ van Jeroen Olyslaegers het beste boek

Dit schooljaar werd het leesproject ‘de Inktaap’ opgevolgd door ‘de Inktvinger’.

Uiteindelijk hebben vijf leerlingen van onze school doorgezet en de drie geselecteerde boeken gelezen en beoordeeld. Het juryrapport (met het klassement) vind je hieronder.

De leesjury bestond uit Niels Adriaensen (6HWa), Eske Aerden (6HWa), Elise Boons (6HWa), Jitske Lommelen (6HWa) en Wannes Claeys (5WE-WI6a).

Datzelfde team werkte ook aan een creatief project: een kaart van Antwerpen met verwijzingen naar passages uit het winnende boek ‘Wil’.

Deze week woensdag wordt in de Arenbergschouwburg bekendgemaakt welke auteur met de Inktvingerprijs naar huis mag.

 

Juryrapport Inktvinger Sint-Jan Berchmanscollege Mol

 

1.Wil (Jeroen Olyslaegers)

In ‘Wil’ beschrijft Jeroen Olyslaegers hoe Wilfried Wils tijdens de Tweede Wereldoorlog probeert te overleven en voortdurend keuzes moet maken. Wat is goed? Wat is fout?

Verwacht geen spannende oorlogstaferelen of gevechten op het scherp van de snee in ‘Wil’. De focus ligt evenmin op honger of ontbering. Waar het wel over gaat, zijn mensen en hun ideeën. En vooral: hoe overleeft een individu dat in oorlogstijd geprangd zit tussen twee tegengestelde maatschappelijke visies. Het hoofdpersonage kiest soms de kant van de collaborerende Vlamingen, maar beschermt ook een ondergedoken Jood. In tegenstelling tot vele andere oorlogsromans neemt de auteur met zijn boek evenmin een helder standpunt in. Dat is verrassend als je weet dat Jeroen Olyslaegers op sociale media wel vaak een duidelijke mening blijkt te hebben over hedendaagse toestanden en maatschappelijke problemen.

‘Wil’ bevat een sterk verhaal met een hoofdpersonage waarin je je makkelijk kan inleven. Ondanks het feit dat het boek zich afspeelt in de vorige eeuw bevat het herkenbare situaties. De chronologie wordt veel vaak doorbroken. Het verhaal switcht voortdurend van heden naar verleden en soms verspringt het zelfs binnen een alinea. Dat maakt het moeilijk voor de lezer, maar op het einde vallen de puzzelstukjes mooi in mekaar.

 

2.De tolk van Java (Alfred Birney.)

Met ‘De tolk van Java’ neemt Alfred Birney ons mee naar Indonesië: die tolk is de vaderfiguur die tijdens een woelige periode gevangenen ondervroeg en martelde. Hij heeft ook enkele moorden op zijn geweten. De zoon, die mishandeld werd door zijn vader, probeert hem te doorgronden, maar de haat overheerst.

Wat opvalt: het boek geeft een andere visie op dekolonisatie dan degene die je toegereikt krijgt tijdens de les geschiedenis.

‘De tolk van Java’ is een verhaal over gebroken mensen. Ook de relatie vader-zoon speelt een belangrijke rol. Wat opvalt, is de nuchtere en onderkoelde toon waarmee de feiten worden beschreven. Het leest bijna als een politieverslag: een gedetailleerde, maar emotieloze opsomming van gruwelijke gebeurtenissen. De zoon vertelt daarentegen op heel heftige toon. De haat voor de vaderfiguur druipt van de pagina’s. Dat alles bemoeilijkt uiteraard de identificatie met de personages. Soms ben je geneigd om de zoon toe te roepen dat hij blij moet zijn dat hij nog een vader heeft. Een mogelijke boodschap voor de auteur van dit deels autobiografisch relaas: zoek een therapeut!

 

3. Rivieren (Martin Michael Driessen)

‘Rivieren’ van Martin Michael Driessen is een bundel van drie verhalen, waarin telkens een rivier een belangrijke rol speelt: het vlotten van bomen over de Rijn, een beek die de gronden van rivaliserende families scheidt, een kanotocht met dramatische afloop.

De drie verhalen zijn origineel, zij het soms bizar. Er is niet altijd een duidelijke verhaallijn – soms springt de auteur van de hak op de tak – en net als in de Griekse toneelstukken zorgt een deus ex machina plots voor een verrassend einde. Dat einde wordt soms snel afgehaspeld, zonder echte uitwerking.

De stijl van ‘Rivieren’ is soms bevreemdend, met een origineel woordgebruik. Af en toe lijkt het dat de verhalen in een soort roes geschreven zijn (niet in positieve zin bedoeld!).