Onderwijs

Hoe wordt de studievooruitgang van mijn kind op het College geëvalueerd?

Onze school evalueert leerlingen op basis van zowel permanente evaluatie (toetsen en taken doorheen het jaar) als proefwerken. De proefwerken wegen altijd harder door op het eindcijfer, maar de exacte verdeling hangt af van graad tot graad. Voor een aantal vakken wordt geen proefwerk voorzien en geldt enkel de permanente evaluatie.

Wanneer vinden de proefwerken plaats?

De leerlingen van de eerste graad hebben per trimester een volledige reeks proefwerken. De leerlingen van de tweede graad hebben een volledige reeks op het einde van het eerste en derde trimester. Met Pasen is er een proefwerk voor de hoofdvakken. Voor de derde graad zijn er alleen proefwerken op het einde van het eerste en derde trimester. Tijdens de proefwerkreeks krijgen de leerlingen steeds een halve dag vrij voor studie.

Wanneer krijgen de leerlingen hun rapport?

Vijfmaal per jaar brengen de leerlingen van de eerste graad een rapport voor permanente evaluatie mee naar huis. Voor de leerlingen van de tweede en derde graad is dat viermaal per jaar. Voor alle vakken is het cijfer een weergave van de resultaten van toetsen en persoonlijk werk voor die periode. Na elke proefwerkenreeks is er een syntheserapport met de resultaten van proefwerk en permanente evaluatie. Tussentijdse resultaten kunnen door leerlingen en ouders ook opgevolgd worden via Smartschool.

Hoe kan de school mijn kind helpen de juiste studiekeuze te maken?

Een juiste studiekeuze maken is een belangrijke én moeilijke opgave.  De school organiseert daarom verschillende activiteiten en infomomenten om leerlingen van het eerste, tweede, vierde en zesde jaar te helpen bij deze studiekeuze. De studiekeuzebegeleiding op onze school bestaat elk jaar uit een aantal stappen — eerst worden leerlingen en ouders geïnformeerd over de verschillende opties door de interne begeleiders en het CLB.

Tegen het einde van het tweede trimester dienen leerlingen een voorlopige keuze te melden, met behulp van een werkboekje en een synthesefiche. Die keuze wordt geëvalueerd door een delibererende klassenraad. In mei volgt er een ouderavond, waarna de leerlingen hun keuze opnieuw overwegen. De delibererende klassenraad aan het eind van de proefwerken in juni geeft vervolgens haar advies over die keuze. Bij een B-attest clausuleert zij eventueel een aantal opties wanneer zij de leerling niet tot het volgen van deze richtingen in staat acht.

In het zesde jaar in de studiekeuzebegeleiding nog intensiever. Zo wordt er tijdens de bezinning reeds gewerkt rond studiekeuze voor het hoger onderwijs, wonen de leerlingen de infoavond ‘Start to Study’ van de KU Leuven bij en brengen zij een bezoek aan de jaarlijkse studie-informatiedagen (SID-in) van de Vlaamse overheid.

Wat zijn de slaagcijfers voor de leerlingen van het College in het hoger onderwijs?

Wij zijn fier op de prima slaagcijfers van onze leerlingen in het hoger onderwijs. De meest actuele slaagcijfers zijn die van de leerlingen die tussen 2004 en 2010 onze school verlaten hebben. Van deze leerlingen behaalden 55% van de leerlingen die doorstroomden vanuit het ASO een bachelorsdiploma binnen de drie jaar, waarvan 35,4% een academische en 19,9% een professionele bachelor. Na vier jaar steeg het aandeel leerlingen geslaagd voor hun bachelorsopleiding tot 76,6% en na vijf jaar tot 84,6%.

45% van de leerlingen die doorstroomden uit een TSO-richting op onze school behaalden na drie jaar een professionele bachelor. Na vier jaar steeg het aandeel leerlingen met een bachelorsdiploma tot 61,3% en na vijf jaar tot 68,8%. Van de leerlingen die doorstroomden uit het BSO behaalden 10,8% binnen de drie jaar een professionele bachelor. Na vier jaar steeg dit aantal tot 18,9% en na vijf jaar tot 21,6%.

Zo doet onze school het beduidend beter dan het gemiddelde in Vlaanderen, dat voor leerlingen uit het ASO na drie jaar studeren op ongeveer 42% ligt, na vier jaar op ongeveer 64% en na vijf jaar op ongeveer 76%. Leerlingen die doorstromen uit het TSO hebben gemiddeld ongeveer 26% kans op het behalen van een bachelorsdiploma na drie jaar, ongeveer 44% na vier jaar en ongeveer 52% na vijf jaar. Voor het BSO liggen de gemiddeldes in Vlaanderen op ongeveer 7% na drie jaar, ongeveer 12% na vier jaar en ongeveer 19% na vijf jaar. De vergelijking met de rest van Vlaanderen werd steevast gemaakt gebaseerd op de studierichtingen aangeboden op onze school.